Ariaen Verheijden

Mannelijk 1682 -


Generaties:      Standaard    |    Compact    |    Verticaal    |    Alleen tekst    |    Register    |    Tabellen    |    PDF

Generatie: 1

  1. 1.  Ariaen Verheijden is gedoopt op 13 dec 1682 in Capelle.

    Andere gebeurtenis soorten en attributen:

    • Beroep: kapelaan

    Aantekeningen:

    Aert Wouters Verheyden (in 1739 Adriaan genoemd) stierf in
    1758 of 1759.
    Na het overlijden van Gerrit Verheyden was diens broer
    Wouter de eerst in aanmerking komende kandidaat voor het
    vacante Maria-Magdalenabeneficie, maar hij trok zich ten gunste
    van zijn oudste zoon Aert terug. Op 22 februari 1695
    richtte Wouter een verzoekschrift aan de Staten-Generaal, dat
    om advies werd doorgestuurd naar Slingelandt, rentmeester
    van de geestelijke goederen in het kwartier van Oisterwijk.
    Het antwoord bleef uit, zodat Wouter na een jaar wachten
    een tweede rekest zond, dat eveneens in handen werd gesteld
    van Slingelandt. Na ontvangst van diens reactie werd het
    rekest voorgelegd aan de generaliteitsrekenkamer. Vervolgens
    heeft Wouter Verheyden toestemming gekregen om zijn
    papieren te tonen en zowel bij de rekenkamer als bij de
    erfgenamen van zijn broer Gerrit vroeg hij de als bewijsmateriaal
    benodigde documenten op. Adriaen Oliviers, de voogd
    van Gerrits dochters, was in december 1696 nog niet over de
    brug gekomen, zodat Wouter vroeg om tussenkomst van de
    S taten-Generaal.
    In maart 1697 was het eindelijk zover, dat Wouter Verheyden,
    voorzien van alle retroacta, aan de S taten-Generaal
    verzocht om Slingelandt opdracht te geven aan zijn zoon
    Aert het beneficie-inkomen uit te betalen. Het rekest werd
    eerst aan Slingelandt voorgelegd en vervolgens aan de
    generaliteitsrekenkamer. Er verstreken vijftien maanden
    voor de rekenkamer haar fiat gaf en daags daarna gingen
    de Staten-Generaal met de benoeming van Aert Verheyden
    akkoord onder voorwaarde dat hij het beneficie zou gebruiken
    tot voortsettinge van sijne studiën, waarvan hij een bewijs
    moest overleggen, mits dat de studiën vanden selven volbracht
    zijn het voorschreve beneficie alsdan zal devolveren aan het
    kerkelijcke comptoir van Oosterwijck.
    Na deze nederlaag bleef Slingelandt dwarsliggen. Hij betaalde
    het inkomen uit het altaar niet uit en weer richtte Wouter
    Verheyden zich namens zijn zoon Aert tot de Staten. De reden
    van Slingelandt weigerachtigheid zal zijn geweest, dat
    was uitgekomen dat Aert Verheyden al 35 jaar oud was en
    niet studeerde. Zijn vader kwam toen met nieuwe argumenten
    en vroeg het beneficie uijt consideratie dat hy had een
    beswaerde familie. Het laatste woord werd gesproken door de
    Staten-Generaal in april 1699, die aan Verheyden definitief het
    Maria-Magdalenabeneficie te Hilvarenbeek toekende, met de
    achterstallige inkomsten sedert Lichtmis 1695.
    Tot zijn overlijden in 1758 of 1759 is Aert Verheyden kapelaan
    van zijn altaar gebleven.